Loopspel spelling - herhaling - groep 8 - set 3
Met dit loopspel kiezen de leerlingen zelf welke categorie en/of categorieën ze willen gaan herhalen. In deze set herhalen ze de volgende categorieën: woorden met é, g klinkt als zj, woorden met ng, woorden met aai, ooi, oei.
De leerlingen kunnen dit spel natuurlijk alleen of in duo's/groepjes spelen. Ze schrijven op hun antwoordenblad eerst de letter op van de categorie die ze gaan schrijven. Als ze bijvoorbeeld bij 1 de letter é schrijven, schrijven ze dus het woord met é van kaart 1 op: in dit geval comité.
Na afloop kijk je samen na door de kaarten (op het digibord) te laten zien.
Hoe speel ik het spel altijd?
In de klas beginnen we met een korte herhaling van de categorieën. Vervolgens kiezen de leerlingen welke categorieën ze van welke kaarten gaan opschrijven. Hierna gaan we naar buiten. Ik strooi de kaarten op een deel van het plein. De leerlingen leggen hun antwoordenbladen op een ander deel van het plein. Ze lopen/rennen nu heen en weer om antwoorden te verzamelen. Hun antwoordenbladen blijven liggen en nemen ze niet mee! Ze moeten de woorden onthouden om het goed op te kunnen schrijven. Na een x aantal minuten gaan we naar binnen om na te kijken.
Deze set bestaat uit 24 kaarten, een antwoordenblad en een blad met een korte uitleg van de vier spellingcategorieën in deze set.
Veel plezier ermee!